• Kelly Derkx

Zuid Afrika- deel 6: Time flies when you are having fun...

De laatste week stage is voorbij en het einde is in zicht. Mijn vriend Martijn komt volgende week donderdag naar Durban toe. Ik kan niet wachten op onze reis samen en elke dag word ik ongeduldiger. De tijd is zoals altijd voorbij gevlogen.

Wat is dat toch altijd met die tijd? Het is goed om soms even stil te staan bij het leven dat je leidt. Ik heb mijzelf er regelmatig op betrapt dat ik vergat waar ik mee bezig was en hoe bijzonder het is dat ik in Afrika ben.

Stiekem wilde ik alweer door racen naar de volgende stap van mijn avontuur. Mijn Afrikaanse wereld werd gewoon, het voelde als normaal en een beetje als thuis.

Het is toch gek dat we altijd iets nodig hebben om naartoe te leven en vooruit willen kijken. We denken vaak aan de volgende stap in ons leven en als dat bereikt is willen we meteen door naar het volgende. Maar eigenlijk zouden we veel langer moeten genieten van het stukje daar tussen in. Het stukje wanneer we zijn waar we willen zijn, zonder dat we alweer vooruit kijken. Leven in het nu, wordt het ook wel genoemd. Waarom is dat nou zo verdomde moeilijk? Als ik terug kijk op mijn tijd in Zuid- Afrika komen er veel mooie herinneringen bij me naar boven.

Toen ik aankwam op het vliegveld in Port Elizabeth voelde ik me een onzeker meisje, beland in de spannende wereld van Zuid-Afrika.

Ik werd opgehaald door de Nederlandse Afrikaan Martijn, een doorgewinterde avonturier die mij in vogelvlucht overspoelde met verhalen over wat ik allemaal kon verwachten. Wat ik wel, en wat ik juist niet moest doen. Daarna werd ik gedropt in onze riante studenten villa samen met Sandra. Het avontuur kon beginnen… We maakten al snel kennis met andere Nederlandse studenten en samen hebben we heel wat feestjes gebouwd. Elke week naar de bioscoop voor twee Euro en af en toe een Braai of party in de tuin afgewisseld met stapavondjes in foute kroegen. Mijn stage bleek al snel niet te zijn wat ik ervan had verwacht. Het is een mooie plek voor de kinderen en gelukkig zijn ze van de straat. Maar er is weinig ruimte voor een social work stagiair.

We voelden ons regelmatig de meiden uit The Hills wanneer we weer een hele middag in een kantoortje zaten en stomme klusjes moesten doen.

De werknemers sloffen door het gebouw en komen regelmatig zuchtend en klagend naar ons toe. Dorkie van 69 kwam laatst zuchtend voor me staan. Haar uitpuilende ogen keken mij door haar grote jampot glazen aan: “ I’m going to get a tattoo on both of my feet, on one foot is says I’m tired, the other foot says me too….” Ik voelde alweer mijn slappe lach opkomen. Heel wat keren heeft de slappe lach ons gered van verveeldheid. Na een stage dag zaten we altijd zingend in de auto, blij om weer naar ons huisje te gaan. S’avonds was het een vaste gewoonte geworden om de eindeloze serie ‘Lost’ te kijken met popcorn in bed. P.E is een beetje als mijn home town gaan voelen. Ik ben gewend geraakt aan de mooie zee waar elk moment een groep dolfijnen in kan verschijnen.

Aan de parkeermannetjes die eruit zien als Crocodile Dundee en overal klaarstaan om je te helpen met uit parkeren en er ook nog op letten dat je auto niet wordt gejat. Aan de kuil in mijn matras en het geluid van de golven die ik hoor als ik erin lig. Aan mijn rode scheurbakkie die het tegen alle verwachtingen in tot de eindstreep heeft gehaald. Aan de road tripjes die ik maakte in het weekend. Waarvoor ik zomaar even vier uur naar een andere stad rij om een markt te bezoeken. Aan het gekke Afrikaanse taaltje waar ik nog steeds om giechel als ik het hoor. (“Mag nie klaag nie, wacht moet me tekkie nog aantrekkie, dit is baie lekker!” , snap je me al?) Aan de supermarkt waar er altijd iemand klaarstaat om je boodschappen netjes voor je in te pakken. Aan de apen die zomaar ergens op de weg voor mijn auto langsrennen en mij iedere keer weer bijna een hartaanval bezorgen.

Aan de leeuwen, olifanten en pinguïns op het strand die je hier kan opzoeken. Aan de natuur die binnen een paar uur rijden zomaar compleet kan veranderen, maar altijd adembenemend mooi is. Aan de gekke regeltjes die ze hier hebben (bijvoorbeeld dat vrouwen alleen in een auto na tien uur ’s avonds door rood mogen rijden. Of dat je bij een boete kan onderhandelen over de prijs.) En last but not least aan de townships die mij iedere keer weer een brok in mijn keel bezorgen. En toch zie ik in de townships meer gezelligheid en saamhorigheid dan waar dan ook. Zuid- Afrika is een land waar ik van ben gaan houden.

Het is nog geen ware liefde door alle tegenstrijdigheden die ik hier zie.

Dat is het scheve aan het land, het ene moment rijd je in een paradijs, het andere moment zie je de armoede en het beknopte leven van de bewoners in de townships.

De Afrikanen zijn warme mensen die mij al een aantal keer hebben verrast met hun bezorgdheid en behulpzaamheid. Toen Sandra en ik op straat stonden te sleutelen aan ons bakkie naast een zwerver stopte er een auto; "Are you ok? Do you need help?" Toen wij in Kaapstad door een zwarte Afrikaan werden geholpen met de weg kwam er een blanke Afrikaan naar ons toe om te checken waar we moesten zijn. De zwarte Afrikaan keek beledigd naar de blanke man en ik voelde met hem mee. Op bijna elke hoek van de straat zie je de pijn en wanhoop van de armen maar ook hun hoop en kracht.

Van de volle townships tot aan de rijke buurten, de apartheid is nog voelbaar ondanks de ‘Rainbow Nation’ die zegt dat het voorbij is. Het tweede hoofdstuk van mijn reis gaat bijna beginnen.

Ik ga de rest van Zuid- Afrika verkennen samen met Martijn. Mijn oude rode bakkie is ingeruild voor een Chevrolet.

Ik ben er klaar voor!


0 views0 comments